Restricted

Bookmarking is available only for logged-in users.

Sign up Log in
Skip to main content
Oogarts en opleider Sander Keijser:
Oogheelkunde Sightline Magazine Opleiding

Sander Keijser & Elske Baks

De opleiding tot oogarts is flink veranderd. Vroeger begon je pas na anderhalf jaar met opereren, nu plaatsen sommige AIOS al in hun eerste maanden trocars. Die vroege start met chirurgische handelingen zorgt voor betere handvaardigheid en een betere voorbereiding op het werk als oogarts. Maar hoe geef je dat vertrouwen in zo'n secuur vak? Oogarts Sander Keijser (Radboudumc) en AIOS Elske Bak (UMCG) gingen in gesprek.

Bak: “Het vak oogheelkunde vind ik een prachtig vak. Je kunt als oogarts zoveel geven aan een patiënt door hun zicht te behouden of te verbeteren. Dat raakt niet alleen hun dagelijkse functioneren, maar ook hun sociale leven en hun plek in de maatschappij. En dat heb ik van jongs af aan gezien.

 

Mijn vader heeft keratoconus en heeft twee hoornvliestransplantaties ondergaan. Mijn moeder heeft nog maar één goed oog, vanwege een netvliesloslating toen ze nog op de middelbare school zat. Ze heeft meerdere operaties gehad, maar haar zicht is nooit volledig hersteld. Mijn opa had een glazen oog. Ik heb van dichtbij gezien hoe groot de impact is van slecht zicht, dat motiveert mij elke dag opnieuw.”

“Toen dacht ik: als iemand zó gemotiveerd is, dan gaan we dat doen”

Keijser: “Mooi om zo jouw persoonlijke drive te horen. Bij mij begon het anders. Ik vond oogheelkunde aantrekkelijk omdat het een technisch vak is. Het oog is klein, precies en elegant. Je werkt met een microscoop, fijne instrumenten en je bent voortdurend bezig met details. Ik hou daarvan. En daarnaast

is het ook een heel positief vak. Het merendeel van de patiënten loopt opgelucht naar buiten.”

 

Verbeterde handvaardigheid

Keijser: “Naast oogarts ben ik opleider in het Radboudumc. De opleiding is door de jaren heen flink veranderd. Vroeger deed je in je eerste jaar bijna niets chirurgisch. De cataractoperatie werd heel langzaam opgebouwd, vaak van achter naar voren. Als je namelijk de fout al helemaal in het begin maakt, dan loop je daar een hele operatie tegenaan. Toen kwam de EyeSi, hierdoor kunnen AIOS uren oefenen voordat ze aan hun eerste echte operatie beginnen. Dat heeft de handvaardigheid enorm verbeterd. Soms zijn er AIOS die daardoor bijna meteen een volledige staaroperatie kunnen uitvoeren.”

 

Laten zien dat je iets wilt leren

Bak: “In sommige klinieken is het voor AIOS minder gebruikelijk om vroeg in de opleiding intraoculaire chirurgische handelingen te doen. Je begint daar eigenlijk pas mee tijdens de cataractstage. Vanuit de LVAO willen we ook dat AIOS eerder in de opleiding stappen in intraoculaire chirurgische handelingen onder directe supervisie kunnen maken. Dus er is aandacht voor, maar zoiets is een proces. Dat neemt niet weg dat je als AIOS ook buiten de OK van alles kunt oefenen. Ik heb zelf veel geoefend op tomaten en op bloemblaadjes, gewoon om te leren hoe je subtiel iets moet vastpakken en hoe je kracht doseert. Je kunt op veel manieren oefenen, maar je moet het wel zélf doen en laten zien dat je iets wilt leren. Uiteindelijk maak jij je eigen opleiding.”

 

Trocars plaatsen in de eerste maanden

Keijser: “Ik denk dat wanneer je als oogarts eerder met chirurgische handelingen begint, je uiteindelijk ook met een betere handvaardigheid eindigt. Als je een staaroperatie zonder praktijkervaring begint, dan kost het je ‘een heleboel ogen’ om die operatie te leren. Je begint dan weer bij het begin met de wondjes maken. Maar op het moment dat je al veel kleine stapjes kent uit de praktijk, en dus niet alleen van EyeSi, is je cataractstage veel efficiënter Daarom proberen we in het Radboudumc eerder te beginnen met kleine chirurgische handelingen. AIOS leren in hun eerste maanden al een verdoving zetten, trocars plaatsen tijdens een vitrectomie en andere kleine handelingen op de OK. Dat klinkt misschien simpel, maar daarmee train je al dieptezicht en instrumentbeheersing.”

 

Bak: “En naast dat dit soort handelingen oefenen je cataractstage effectiever maakt, denk ik dat je meer vertrouwen in jezelf krijgt als oogarts in spe en daardoor beter gaat opereren. Je durft sneller iets nieuws te doen en ook eerder te vragen: mag ik dit onderdeel doen? Het heeft veel te maken met vertrouwen krijgen, maar ook met zelf actief meedoen: je moet laten zien dat je iets wil leren en dat je het waard bent.”

 

Keijser: “Dat laatste helpt zeker. Onlangs had ik een AIOS die na een half jaar de hele EyeSi-training al had doorlopen. Ook had hij al heel veel varkensogen geopereerd. Eenmaal in de OK zei hij: ‘Ik heb enorm veel geoefend en ik denk echt dat ik alles weet. Ik wil daarom heel graag een bepaald onderdeel van de operatie doen.’ Toen dacht ik: als iemand zó gemotiveerd is, dan gaan we dat doen.”

 
Vertrouwen groeit vanzelf

Keijser: “Waarom we als opleiders zo voorzichtig zijn in dingen uit handen geven? Oogartsen zijn van oudsher heel voorzichtige dokters. Het is een klein orgaan, een fout is snel gemaakt en niet elke fout kun je makkelijk herstellen. Daardoor laat je een AIOS pas iets doen als je weet hoe zijn of haar handvaardigheid is. Het vraagt van je als opleider echt een bepaalde mindset om te denken: ik kan dit prima aan een AIOS overlaten. Als je klein begint, groeit dat vertrouwen vanzelf.

 

Ik maak altijd de vergelijking met chirurgen. Als jij een blindedarmontsteking hebt, staat daar echt niet de chirurg zelf te opereren. Het zijn de oudste AIOS en de jongste AIOS die samen jouw blindedarm eruit halen. Dat is daar heel normaal: ouderejaars leiden de jongerejaars op. Dat zou wat mij betreft een stip op de horizon zijn, dat we de AIOS zo veel vertrouwen geven dat zij de jongere garde kunnen ondersteunen. Wij geven dat vertrouwen nu nog zó veel later dan bij andere disciplines gebruikelijk is."

 

Bak: “AIOS stellen onderling vaak net iets makkelijker vragen aan elkaar dan aan een oogarts. Als AIOS intensiever samenwerken, kan het zijn dat je net een extra stap durft te zetten in iets leren of vragen. Niet omdat oogartsen het niet willen uitleggen hoor, mijn ervaring is juist dat oogartsen dat graag doen. Maar je voelt als AIOS zelf soms een drempel. Heeft de oogarts daar wel tijd voor? Komt het nu gelegen? Want je ziet hoe druk iemand het heeft, bijvoorbeeld als een spreekuur weer eens uitloopt. Dan voelt het laagdrempeliger om eerst even iets aan een andere AIOS te vragen.”

 

Uit respect voor de patiënt

Keijser: “Bij mij gebeurt er op de OK ook niets wat ik niet wil of kan oplossen. Het meeste kun je corrigeren en de stappen waar het écht mis kan gaan, laat je de AIOS niet doen. Het gaat erom dat je een veilige omgeving creëert waarin iemand kan leren en dat jij als operateur altijd het gevoel houdt dat je in controle bent.”

 

Bak: “Zeker, die veilige omgeving is voor de patiënt ook heel belangrijk. Zij geven altijd toestemming vooraf als een AIOS opereert onder supervisie. Dan wil je zo’n kans ook volledig benutten. We willen júist uit respect voor de patiënt optimaal gebruik maken van het feit dat een AIOS mag opereren.”

 

Keijser: “Precies. Het is zonde als die kans zich voordoet en de AIOS alleen een lensje plaatst. Dat had je ook op een ander moment kunnen oefenen. Als een AIOS eerder al meer van die kleine stappen heeft gedaan, benut je die momenten veel beter.”

 

Nu moeten we het samen doen

Keijser: “Wat ik als laatste nog graag wil toevoegen is dat het werkplezier van de AIOS ook toeneemt zodra ze meer mogen doen. Je ziet het enthousiasme voor het vak groeien, dat vind ik mooi. Nu zijn vaak die eerste anderhalf tot twee jaar vooral spreekuur lopen. Dat is voor veel AIOS een zware periode. Wanneer zij eerder chirurgische handelingen mogen verrichten, maakt dat de opleiding leuker én het maakt ze uiteindelijk betere artsen. 

 

Ik hoop dat we over vijf jaar echt verder zijn in hoe we AIOS opleiden. De motivatie is er, nu moeten we het samen doen.”

 

 

Dit is Sander Keijser

Sander Keijser (48) is oogarts en opleider in het Radboudumc, gespecialiseerd in vitreoretinale en oculoplastische chirurgie. Hij is bestuurslid van het NOG en denkt landelijk mee over de kwaliteit en de toekomst van het vak. Zijn stip op de horizon: brede opleidingsklinieken waar oogartsen meer doen dan alleen cataract. Buiten het werk staat hij veel langs de hockeyvelden als vader én gaat hij graag op wintersport. Wintersport zit zelfs zo in zijn bloed dat een leven als parttime oogarts in de Alpen ooit even aantrekkelijk leek.

Dit is Elske Bak

Elske Bak (31) is AIOS Oogheelkunde in het UMCG, voorzitter van de LVAO en Europees vertegenwoordiger van jonge oogartsen binnen de UEMS. Ze studeerde Geneeskunde in Groningen, doet een master International Health Management en werkte eerder als arts-onderzoeker en op de spoedeisende hulp. Haar stip op de horizon: een opleiding waarin AIOS eerder operatieve stappen zetten. Bak heeft een zoontje van 15 maanden die nu trots zijn eerste stapjes zet. Verder sport ze graag in haar vrije tijd, doet ze leuke dingen met haar man en zoontje en spreekt ze af met vriendinnen.

Ontvang kostenloos het SightLine Magazine

SightLine Magazine verschijnt 2 keer per jaar. Wil u het magazine ontvangen? Vul het contactformulier in, dan valt de volgende editie ook bij u op de mat.

 

Vraag hier uw SightLine Magazine aan

Bekijk alle edities

Ophthalmology
Ophthalmology
Ophthalmology
Deze link brengt u naar een website buiten het Roche-domein. Roche is derhalve niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.